Aflevering 3 - Voetbal tijdens de oorlog (met Arie van der Wel)

Uiteraard was de tijd van oorlog en bezetting ook voor de voetbalsport een moeilijke periode. Eigenlijk begonnen de problemen al in het najaar van 1939 toen ons land mobiliseerde en onze jonge mannen hun plicht moesten komen vervullen. Voor kleine clubs was het de nekslag toen ze de meeste leden naar hun kazernes zagen vertrekken.

Zo was er in de buurt een club die de Condors heette en geen elftal meer op de been kon krijgen. Wat nog overbleef voegde zich bij Zwart-Wit. Er zaten jongens bij als Henny Troost en Arie van der Wel. De Christelijke Voetbal Bond moest zich van de bezetter aansluiten bij de grote KNVB en zo is het gelukkig gebleven. Het voetballen werd steeds moeilijker. Er waren jongens die verplicht naar Duitsland moesten, sommigen doken onder. Zoals Arie van der Wel. Lees verder en het interview met Arie van der Wel !

Het verhaal over de uienschuur waarin hij  zich had verstopt, heeft hij later nog vaak verteld. Maar bij de grote razzia in november 1944 werd ook hij opgepakt, net als 50.000 andere Rotterdammers.

Gevoetbald werd er inmiddels niet meer hier. Na de bevrijding  probeerde ook Arie de club weer op gang te krijgen. Maar nog een paar jaar bleef de schaarste. Geen  shirts, geen schoenen, geen ballen te krijgen. Vandaar de grote vreugde van Arie toen hij vanuit België chocola kreeg en die heerlijke sigaar die hij gelijk opstak. Toen hij halverwege was moest hij plotseling invallen als keeper en kon het niet over zijn hart krijgen hem te doven. Zo werd Arie vermoedelijk de enige keeper die tijdens een wedstrijd een sigaar heeft staan roken.