Zoeken

Zoeken

Sportpark Varkenoord

Van het organiseren van trainingen tot het bouwen van een clubhuis!
Vanaf 1945/1946 werden er trainingsmogelijkheden gecreëerd. Op de eerste ledenvergadering in 1945 werd het verzoek gehonoreerd om tijdens de winter in een zaal te gaan trainen. Echter de leden die hieraan deelnamen, moesten wel 10 cent betalen bij de deur. Ook de veldtraining was in 1946 voor het eerst onder leiding van een betaalde trainer gekomen. 
Drie jaar na de oorlog, seizoen 1948-1949, was uit het niets een club opgebouwd die het seizoen zou ingaan met 4 senior- en 4 juniorenelftallen. Wat nog steeds ontbrak, was een eigen veld en een clubhuis.

Bouwcommissie
In mei 1956 werd er een bouwcommissie gevormd, bestaande uit Klaas Bakker, Toon de Korte, Kees van Oosten, Henk Hoogerwerf en Lans Duyst. Er waren van de Gemeente toezeggingen ontvangen, dat in de nieuwe groengordel, die langs de Oldegaarde zou worden aangelegd, aan Zwart-Wit een tweetal velden in eigen beheer zal worden gegeven, mits deze op zondag door een andere club bespeeld mogen worden. Er zou heel wat geld nodig zijn om de plannen te realiseren. Er werd gesproken over een bedrag van wel 15.000 duizend gulden. Via allerlei acties zou de bouwcommissie dit op tafel moeten zien te brengen. De leden gingen bouwkaarten verkopen, er kwam een filmavond voor het goede doel en voor anderhalve gulden kon men een clubinsigne kopen. Na 3 maanden was er al 2.000 gulden binnen. De commissie ging door. Kerst- en paasverlotingen spekten de pot, na een jaar was het kapitaal aangegroeid tot 4.800 gulden. De commissie had het zo druk dat ze moest worden uitgebreid met Jan van der Leer en Penne. Het oud papier stroomde binnen, er werden asbakken verkocht. Na 2 jaar was er 7.500 in kas.

Terwijl het geld bleef binnenkomen, begonnen toch de zorgen van het bestuur over het nakomen van de beloften door de gemeente toe te nemen. Allereerst kwam er na de politiek zo’n moeilijke periode rond 1956 de grote “bestedingsbeperking”. De verwezenlijking van talloze recreatie projecten gingen op de lange baan. Voor het als maar groeiende Zwart-Wit op een vééls te lange baan. Er moesten voorzieningen op korte termijn komen. Niet alleen voldeed de accommodatie op Varkenoord niet aan de eisen die een derde klasser moest stellen, op fabrieken, kantoren en scholen werd nog altijd op de zaterdagochtenden gewerkt en de 2 velden waren lang niet voldoende om op die ene middag de groei van 143 naar 362 leden binnen 3 jaar op te vangen. Kleedkamers lagen op een paar honderd meter van het veld en geen warm water! Bestuursleden van andere clubs en officials konden alleen ontvangen worden met een handdruk langs de lijn. Het publiek moest het stellen zonder koffie of een koele dronk in de rust. De Feyenoord-kantine aan het andere eind van het sportcomplex was net iets te ver weg voor de pauzes. Daarentegen was de entrée bij de thuiswedstrijden gratis. Bij thuiswedstrijden tegen Katwijk en Spijkenisse werd het terrein van De Musschen afgehuurd (toendertijd kwamen gemiddeld zo’n 2.500 man publiek). Accommodatie Varkenoord of De Vaan?

In 1957 werden besprekingen met Feyenoord begonnen over een plan om de 5 velden langs de rijksweg gezamenlijk in beheer te gaan nemen. Het grote probleem vormden de zondagclubs die op onze twee velden speelden, zoals ASB. Waar moesten die heen? 
Men kwam er niet uit. Door de nood gedreven moest het bestuur voor de lagere elftallen een veld accepteren aan de Abraham van Stolkweg. Het was altijd nog beter dan voortdurend de thuiswedstrijden op het veld van de tegenstander te spelen, of een extra veld in Pernis dat werd aangeboden. Het werd steeds onzekerder of de club ooit nog wel een eigen veld zou krijgen, daarom begonnen er plannen te rijzen om op Varkenoord een eigen accommodatie te bouwen. 

Begonnen werd in 1958 met het creeren van een trainingsveldje, door één van de speelvelden wat af te schuiven. Zelf bouwde Zwart-Wit’28 daar een verlichtings-installatie op van drie masten. Om aan stroom te komen, moest voor iedere training een kabel van 200 meter worden uitgerold en na afloop weer worden opgeruimd. 

In juni 1959 kon de bouwcommissie met trots mededelen dat de 12.000 gulden was bereikt. Helaas moest het Bestuur mededelen dat Zwart-Wit niet voor velden op het Vaancomplex in aanmerking kwam. Nieuwe plannen in de groengordel hoeven de eerste vijf jaar niet te worden verwacht.
Zwart-Wit’28 kon het zich niet veroorloven vijf jaar of meer te wachten. Het Bestuur besloot in 1959 toestemming te vragen tot de bouw van een clubhuis op Varkenoord.

Het is een onprettige gedachte dat het zo moeizaam bijeenvergaarde geld voor een definitief tehuis nu moest worden aangesproken voor een tijdelijke voorziening. De financiele mensen rekenden evenwel voor, dat zo'n tijdelijk onderkomen maar 1.000 gulden hoefde te kosten als het met eigen mensen werd gebouwd. 

Volijverig werd begonnen de plannen van architect Klaas Bakker uit te voeren. Ook al zat het financieel lang niet zo mee als eerst werd gedacht. Ondanks het feit dat veel materiaal gratis of met forse kortingen beschikbaar was, dat de arbeid door de leden gratis werd geleverd, en dat de Christelijke L.T.S. aan de Parallelweg bereid was een groot aantal kozijnen in de school te laten maken, bleek al in december dat de bouw het dubbele zou gaan kosten van het oorspronkelijk geraamde. 

Het bouwfonds was zelfs niet in staat dit grote bedrag op tafel te brengen. Men was in Zwart-Wit evenwel zo gegrepen door het idee dat de club niet onder mocht en behoefde te doen voor allerlei andere clubs. Een intekenactie bracht binnen enkele maanden alweer 3.000 gulden op tafel. Het stimuleerde de mensen te meer om 's avonds mee te gaan sjouwen, timmeren, verven of wat al niet te doen. Supporters, bestuursleden, spelers, junioren en wie al niet meer zetten er gezamenlijk de schouders onder. De medewerking was veel groter dan later bij de bouw van De Vaan. De club had zelf nooit iets bezeten en dat motiveerden de mensen, ook al was het geen prettig werk dat ze soms kregen, bijv. de dakbedekking werd uitgerekend op de warmste dag van het jaar aangebracht. Spelers van de hoogste tot de laagste elftallen spanden zich in. In een jaar stond Zwart-Wit trotse bezit overeind: kantine, bestuurskamer, 2 kleedlokalen en een scheidsrechters kamer. Het vertegenwoordigde financieel een bedrag dat wel het dubbele was van wat Zwart-Wit erin investeerde. Gevoelsmatig was de waarde niet te taxeren. Een daverende feestweek luidde de ingebruikneming in. De werkers kunnen van hun rust gaan genieten.

Tijdschriften

Stats

Artikelen bekeken hits
399125

Zoeken

Wie is online

We hebben 25 gasten en geen leden online

Wijzig de Taal