Zoeken

Zoeken

Sportpark Varkenoord - Eigen Terrein

Artikelindex

Eigen Terrein!
Aan het bestuur is dat niet gegund. Het stort zich onmiddellijk in de strijd om wat het ziet als een recht dat aan Zwart-Wit onthouden wordt: Een eigen terrein!
Op 31 mei 1961 vond een bespreking plaats tussen een Zwart-Wit-delegatie bestaande uit de bestuursleden van Zonnevylle, Troost en Bakker met de heren Van Zuylen van de commissie voor spel- en sportobjecten en de heer Kool, ambtenaar van sport en recreatie. Het resultaat was bedroevend. Men zou gaarne Zwart-Wit eigen velden geven, maar zien geen oplossing voor het probleem van de bespeling hiervan op zondag. Combinaties met kleinere zondagclubs waren onmogelijk, omdat ook die op zaterdag hun juniorenafdeling hebben.

Dan bereikten er bij de club brieven van zowel wethouder Langerak zelf, als van de afdeling sport en recreatie. Ze gaven de club nieuwe hoop. De rechten van Zwart-Wit werden erkend. Definitieve toezeggingen konden niet worden gedaan, maar de zaak zou in het volgende jaar opnieuw worden bekeken. Zou er ooit een oplossing komen? Op een spoedige hoefde niet gerekend te worden. 
Op Varkenoord werd daarom hard gewerkt om het verblijf daar zo aangenaam mogelijk te maken. Zelfs voor het publiek. Bij een verbouwing van de Putsepleinkerk werden de banken aan Zwart-Wit geschonken, waar ze langs het veld werden geplaatst, zodat men bij thuiswedstrijden op de kerkbanken kon zitten. Het clubhuis begon een functie te krijgen. Er kwamen klaverjasavonden, tafeltennistournooien en vanaf 1962 begon men er het jaar met een nieuwjaarsreceptie.
Waar de club ook niet meer buiten kon, waren entreegelden van de grote aantallen toeschouwers bij het eerste. Nog vele jaren wachten op eigen velden betekende, dat een kapitaaltje voor de club verloren ging. En dat het nog jaren zou duren, werd de club wel duidelijk in oktober 1961, toen de club weigerde enige tijdelijke velden aan de Reedijk te bespelen, zonder mogelijkheden tot het bouwen van een eigen clubhuis, te aanvaarden. 

Het bestuur besloot aan de Gemeente te vragen of de door de club bespeelde twee velden op Varkenoord niet in eigen beheer konden worden genomen. De club kreeg toestemming, waardoor in augustus 1962 eindelijk op eigen grond kon aantreden met een deel van de elftallen. Grote investeringen waren het gevolg hiervan: een maaimachine en nog een aantal werktuigen moesten worden aangeschaft, evenals een tweetal betaalhokjes, want eindelijk kon de club nu entree gaan heffen.

Toezegging
De strijd om de velden ging inmiddels door. Nauwelijks waren de velden in eigen beheer genomen en een terreinencommissie benoemd om het onderhoud te verzorgen, of het bestuur vroeg een onderhoud aan met wethouder Langerak, alweer over het Sportcomplex op De Vaan. De club vond een handbalclub bereid de velden uitsluitend 's zondags te bespelen, tevens voor schoolsport op doordeweekse-dagen. De club kon zo'n optimaal gebruik van de velden garanderen en had inmiddels qua prestaties zo'n reputatie opgebouwd, dat de Gemeente gewoon niet meer om ons heen kon. Na eindeloze besprekingen met de heer Burik op, het stadhuis, kwam in juni 1963 eindelijk, acht jaar na het indienen van de eerste aanvraag, de definitieve toezegging van de wethouder.

Onmiddellijk werden weer allerlei acties op gang gebracht. Dat dit geld ging kosten, was duidelijk. Lucifers, balpennen, renteloze obligaties en een succesvolle foto-actie brachten weer geld in het laatje. Zowel met Feyenoord als met ASB begonnen onderhandelingen over de verkoop van het clubhuis. Het was tekenend voor de kwaliteit van het bestuur, dat men bij al die toekomstplannen de lopende zaken goed bleef behartigen. Het veld op Varkenoord werd goed onderhouden, er werden zelf enkele reclameborden geplaatst, vanaf 1963 werden door heel Rotterdam-Zuid de wedstrijden van het eerste via aanplakbiljetten aangekondigd.

Tijdschriften

Stats

Artikelen bekeken hits
530752

Zoeken

Wie is online

We hebben 132 gasten en geen leden online

Wijzig de Taal