Zoeken

Zoeken

23e Aflevering - Zelfs Ajax zag er geen kans voor

Zelfs Ajax zag er geen kans voor…

We zeiden al eerder dat het herhalen van een kampioenschap moeilijker is dan het behalen ervan. Maar wat te denken van een serie van drie keer op rij? De hoop daarop heeft in het seizoen 1965/66 bestaan tot het einde. Ik zou haast zeggen tot het bittere einde. Maar van een emotioneel eind wisten we natuurlijk vooraf niets. En wie in het clubblad van die tijd leest komt over die hoop niet eens zoveel tegen. Er waren op dat moment heel andere onderwerpen aan de orde.

Het was er dan eindelijk van gekomen. We gingen afscheid nemen van ons toch wel geliefde Varkenoord waar we ons in de loop van de laatste jaren behoorlijk in de picture hadden gespeeld. Pessimisten  vreesden een terugloop van het aantal toeschouwers nu we al die Feyenoordsupporters gingen missen die zo rond vier uur naar ons veld verhuisden. Maar de optimisten zeiden dat alles af ging hangen van de manier waarop het eerste zou gaan presteren.



Even werden de prestaties van het eerste in het clubblad verdrongen door alle activiteiten rondom de bouw van ons nieuwe complex. En de vraag kwam naar voren of we ons aan zo’n karwei niet gingen vertillen. Want vrijwilligers vinden voor een paar avonden is toch iets anders dan meewerken aan een klus waaraan geen eind leek te komen. Was het niet te veel gevraagd om mensen die de hele dag hard moesten werken in de bouw te vragen om na thuiskomst een avond weer de schouders er onder te zetten, niet een keertje, nee,  maandenlang. Er kwam weerstand van vrouwen die hun man steeds minder zagen maar wel als maar vermoeider  thuis kregen. En als je dan tekenen vertoonde van afhaken, kreeg je Henny Troost aan de deur. Bekend is de anekdote die vertelde hoe hij onderaan een trap alleen maar riep wie hij was en al een antwoord kreeg voor hij iets gevraagd had en een vrouw riep: ‘Mijn man kan niet komen’. Waarop Henny antwoordde: ‘Maar daar kwam ik niet voor’ en de vrouw riep: ‘O, dan gaat het zeker over poen’.

 


 Kennelijk waren dat de enige mogelijkheden voor een bezoek van Henny. Maar hoe het ook zij, wat onmogelijk leek gebeurde toch, ook al leek aan sommige klussen geen einde te komen. Het spectaculairst was het zelf gieten van die3000 betonelementen voor de tribunes. Die allemaal met mankracht naar hun plaats werden gesjouwd en gesteld. Eerlijk gezegd was de schrijver van dit stukje destijds aardig op de hoogte van de plannen en deelde zijn hulp zo in dat hij ging helpen als de elementen van de staantribune werden geplaatst en liet die van de zittribune over aan meer gespierde clubgenoten. En je wordt er nu nog moe van als je denkt aan al die honderden beugels die geverfd moesten worden voor ze gemonteerd werden en de latten die erop kwamen moesten zelfs drie keer geverfd worden en dat betekende enige  kilometers kwasten. En met enige meelij denk ik aan de mannen die van twaalf oude boorpijpen van elk 20 meter de lichtmasten moesten maken en na veel werk tot de conclusie kwamen dat het materiaal niet geschikt was voor hun aanpak en ze helemaal opnieuw moesten beginnen. Trouwens die masten vormden het misschien ontroerendste moment bij de bouw toen ze uiteindelijk met mankracht vanaf de technische school naar De Vaan werden gebracht. Ik heb de foto nog eens met weemoed zitten bekijken. Velen van de sjouwers leven niet meer



Wat de club presteerde was uniek. Geen wonder dat de festiviteiten bij de opening groots waren en door allerlei mensen werden aangegrepen om hun lof over de club te uiten. Bij de openingshandelingen mochten dochters van Wim Wit en Adrie van Herwijnen de verlichting ontsteken terwijl Nieuwstraten Sr, Baan Sr en Wim Huizer de vlaggen in top hesen. Junior John Baan las in de dankdienst een Bijbelgedeelte. “Daar heb ik even tranen van in mijn ogen gekregen’, biechtte de heer Van Oosterom van de NCSU later op, ‘die jongens komen hier uiteraard om tegen een bal te trappen, maar krijgen gelijk een enorm stuk christelijke opvoeding mee’.

 

Van heel andere aard was de opmerking van Martin Bremer van Ajax, die na de openingswedstrijd tegen de Amsterdammers zei: ‘Gefeliciteerd met deze nederlaag. Wij spelen dit soort wedstrijden wel vaker tegen zondagamateurs uit de eerste klas. We zijn dan gewend met een nulletje of zes te winnen. Maar dat zat er vandaag niet in. En wat betreft de accommodatie: Ajax is niet in staat een dergelijke lichtinstallatie te verwezenlijken…’. Als je dat nu leest bijna onvoorstelbaar.

Bij de eerste algemene vergadering in het nieuwe clubhuis werd een flink aantal leden onderscheiden voor het vele werk bij de bouw verricht. Klaas Bakker werd tot erelid benoemd en een hele reeks werkers tot lid van verdienste: A.H. van Diggelen, M.J. v.d. Ent, J.H. van der Leer, B. Nootenboom, B.J. Oorebeek, A.L. Schippers, A.A. van der Wel, A. van Herwijnen, T. van der Spoel en W. Wit, terwijl om andere redenen ook J.C. Hage en J. Nieuwstraten met zo’n benoeming werden vereerd. Na bijna een halve eeuw is het goed op deze plaats de namen nog eens te noemen. Zij en vele anderen hebben een unieke prestatie geleverd.

Zo uniek zelfs dat ook Zwart-Wit inzag dat die niet herhaald kon worden. We hadden nu wel een tribune, maar zaten nog altijd nat als het regende. De overkapping en de kleedkamers onder de tribune waren er nog niet. Toen we die later realiseerden durfden we het niet meer in eigen beheer te doen. Daarvoor was de geleverde inspanning te groot geweest. Waren we dit artikel niet begonnen met de zeggen dat een grote prestatie behaald kan worden maar niet herhaald?

Tijdschriften

Stats

Artikelen bekeken hits
745009

Zoeken

Wie is online

We hebben 123 gasten en geen leden online

Wijzig de Taal