Zoeken

Zoeken

25e Aflevering - Wat waren we trots

Wat waren we trots…!

Apentrots was heel Zwart-Wit in 1966. Wat een geweldig sportpark was het geworden. Vergelijk dat nou eens met dat vijfde veld op Varkenoord waar we vandaan kwamen. Vergeten was even wat we daar allemaal hadden beleefd: de geweldige successen en de driedubbele rij supporters langs de lijn. De allereerste wedstrijd op het nieuwe, bijna luxe veld zou er eentje worden om nooit te vergeten. Het nieuwe veld zou straks in gebruik worden genomen tegen niemand minder dan onze oude buurman Feyenoord.

Toch moeten we even de realiteit niet uit het oog verliezen. Er was in 1966 nog geen glorieuze opkomst vanuit de tunnel onder de tribune. Nee, de spelers kwamen nog gewoon uit de zijdeur van het clubhuis en moesten dan nog een eind over de tegels tussen het publiek door naar het veld lopen. Die toeschouwers hadden al dagen voor de wedstrijd angstig naar het weerbericht geluisterd, want ook op de nieuwe hoofdtribune zat je nog even nat als dat je op Varkenoord nat had moeten staan. Nog geen schetterende triomfmarsen uit de luidsprekers bij het opkomen, gewoon omdat er nog geen geluidsinstallatie was. Maar het neemt allemaal niet weg dat we apentrots waren. En er was een nieuwtje dat niet eerder was voorgekomen: er was zo veel belangstelling voor de openingswedstrijd  dat er kaarten in de voorverkoop verkrijgbaar waren.

De organisatie was met grote zorg voorbereid. Er kon eigenlijk niets misgaan, ook al zijn er altijd zaken die je niet in de hand hebt. En laat het nou precies daar mislopen. We kregen bericht dat Feyenoord was verhinderd. En dat was geen smoesje, want onze buren zaten er behoorlijk mee in de maag. Wij uiteraard nog veel meer. Maar Feyenoord kwam met een geweldig voorstel. Als ze hun best eens deden om Ajax naar De Vaan te krijgen?
Foto 1:  de jongens van de erehaag

 

Ja Ajax! Die club neemt een vreemde positie in in Rotterdam-Zuid. Sommigen beweren dat ze het woord niet uit hun keel kunnen krijgen. Maar stiekem juichen ze wel als de Amsterdammers een buitenlandse club verslaan en bewonderen ze het dartele spel van een paar jonge talenten. Sommige spelers van Zwart-Wit konden het nauwelijks geloven dat ze tegen deze topclub mochten spelen. Maar het werd werkelijkheid.

De ‘opstelling der beide elftallen’ vermeldt de volgende spelers:

AJAX:
G. Bals, W. Suurbier, A. Pronk, F. Soetekouw (aanv.), Th. Van Duivenbode, B. Muller, J. Prins, J. Swart, J. Cruijff, K. Nuninga, P. Keizer.

ZWART-WIT
A. v.d. Laan, G. Schoenmaker , A. v.d. Giesen, J.C. Helleman, A. Verlinde, J. Nieuwstraten (aanv.), C. Nieuwstraten, H.J. Baan, B. van Nes, J.F. Klaassen, T. v.d. Knaap.

Foto 2:  de opkomst van de elftallen, voorop de aanvoerders Jan Nieuwstraten en Frits Soetekouw.

Ondanks de toezegging dat Ajax in deze opstelling zou verschijnen, klopte het uiteindelijk niet helemaal. Ach, schreef de Engelse auteur Orwell al niet jaren eerder in zijn boek Animal Farm dat alle dieren gelijk zijn, maar dat sommige net iets meer gelijk zijn dan anderen? Het was ene Cruijff die het zich mocht veroorloven die avond iets anders te gaan doen. Jammer, maar er stond zoveel talent op het veld dat niemand zich daar erg druk over heeft gemaakt. Wel over de vraag hoe Zwart-Wit zich staande zou moeten houden tegenover zoveel voetbaltalent. Mag ik het antwoord op die vraag zeggen met de woorden die na afloop bestuurslid Bremer van Ajax sprak:
‘Wij spelen dit soort wedstrijden regelmatig tegen zondagamateurs en zijn dan gewend met een nulletje of zeven-acht te winnen’. Pas nog tegen AFC.  Toen Leo Horn de wedstrijd 10 minuten voor tijd staakte, stond het 6-0. Wij hebben met het zaterdagvoetbal nog maar weinig contact gehad, maar wat we vanavond gezien hebben is klassen beter dan wat we van de zondagamateurs gewend zijn’.

Het lijkt me dat ik daar niets aan toe hoef te voegen. Merkwaardig genoeg noemt hij AFC als voorbeeld, en laat nou net die club dit jaar kampioen bij de zondagamateurs geworden zijn en wacht hun op het moment dat ik dit schrijf de strijd tegen Spakenburg om de grote titel. Mag ik een beetje chauvinistisch zijn en in mijn hart hopen dat de blauw-witten gaan winnen? Het zaterdagse bloed kruipt tenslotte waar het niet gaan kan.

Ondanks het geweldige resultaat tegen Ajax heerste er bij sommige van onze spelers toch teleurstelling. Er was immers een gelijkmaker gescoord via een prachtige klopbal van Bob van Nes. Die werd onterecht afgekeurd, en bij die opmerking gaan de ogen naar onze arme grensrechter Dick Boer. Arme Dick. Nog jaren later werd de goede man gejend met dat ongelukkige vlagsignaal. In de laatste tijd is pesten op school in de pers een hot item, maar betrek daar asjeblieft niet het jennen bij dat in iedere voetbalkleedkamer een onderdeel van de cultuur is. Daar moet je tegen kunnen en Dick begreep ook best het spelletje  dat er met hem gespeeld werd. Hij ging er altijd serieus op in, zoals hij altijd zijn werk voor de club serieus had opgevat. Ik vond hem altijd een sieraad voor de club. En hij werd niet moe om nogmaals uit te leggen dat hij helemaal niet voor buitenspel vlagde. Eerlijk gezegd ben ik vergeten waarvoor dan wel, hoewel ik het hem herhaaldelijk heb horen uitleggen. Maar hoe het zij, het doelpunt ging niet door. En uiteindelijk trof ook het schot van Jan Oorebeek geen doel. Hoewel hij normaal zo’n bal tussen de palen prikte, ketste nu het onwillige ding op de lat. Zeg dus niet dat we niet heel dicht bij een gelijkmaker zijn geweest.

Maar eerlijk gezegd is het de vraag of het belangrijk is. Wij hadden een show afgeleverd waar nog lang over werd nagepraat. En niet alleen over de wedstrijd zelf. Ook over het nieuwe veld, de lichtinstallatie zoals nog geen enkele amateurclub die had, over een perfecte organisatie en ga maar door. Er was voor iedereen wel een reden om trots te zijn. En eigenlijk zijn we dat na al die jaren nog altijd.

Foto 3:  de muziek

Tijdschriften

Stats

Artikelen bekeken hits
727292

Zoeken

Wie is online

We hebben 30 gasten en geen leden online

Wijzig de Taal